e m kraak schreef op maandag, 20 juni 2005, 19:55:
> Maar als ik het goed begrepen heb vertelde Karen SHP dat we veel
> beter af kunnen gaan op 30° hoek van de kroonrand en dat de
> toonhoek juist een onbetrouwbaar kenmerk is.
Inderdaad.
> Dus, dames en heren experts, waar zitten de constanten? Wat is
> variabel, hoe zeer en waarom? Waar kunnen we nu werkelijk op af
> gaan? Als die basis-biometrische gegevens er echt niet zijn weet
> ik het ook graag... dat scheelt zoeken

Wel, voor zover ik weet hebben Dr. Strasser, Jaimie Jackson et al honderden, zo niet duizenden paardenhoeven bekeken en opgemeten. En uitgekookt. De hoef heeft de vorm van het hoefbeen. Het hoefbeen heeft, als je het plat op de grond zet, een "kroonrand" van 30 graden en een teenhoek van 45 - 50 (voor) of 55 - 60 (achter) graden.
De conclusies die Dr. Strasser daaraan verbindt:
- in een gezonde hoef maakt de kroonrand een hoek van 30 graden met de grond. Is dit niet het geval, dan is er per definitie sprake van rotatie.
- in een gezonde hoef maakt de teen een hoek van ca. 45 (voorhoef) resp. 55 (achterhoef) graden met de grond.
Oftewel: in een voorhoef is de hoek die de teen met de kroonrand maakt 105 graden, in een achterhoef 95 graden. Is dit niet het geval, dan is er per definitie sprake van separatie.
Deze definities zijn dus definities volgens de Strasser Methode. In conventionele kringen hanteert men andere definities.
Met vriendelijke groeten,
drs. Karen Drost SHP