Frans Veldman schreef op woensdag 10 augustus 2011, 17:44:
> In het geval van de muilezel zul je dus fase 4 definieren als datgene
> waarop de muilezel correct reageert, en daarvoor leg je de fases waarop ie
> niet reageert maar waarop je wel wil dat hij gaat reageren.
>
> Als Nathalie hier anders tegenaan kijkt dan moet ze het maar zeggen.
Ik begrijp uit jouw opvatting ervan dat het essentieel als zgn. backchaining bedoeld is. Die bedoeling of uitleg lees ik echter nergens bij meneer
Parelli.
Probleem nmm is dat deze backchaining een open eind heeft als je niet weet waar je te beleren dier op reageert. Feitelijk, denk ik, ga je er dan toch van uit dat ieder dier op een gegeven moment (fase -tig) wel op een aversieve stimulus van voldoende magnitude reageert. Sleutelbos bijvoorbeeld (weet je nog?). Dan vervangt een fase-miniem op den duur een fase-botbreuk en zie ik het verschil met de diverse andere "traditionele" benaderingen technisch niet behalve dat het magnitudebereik van bijv. bitten e.a mechanische SM-constructies nogal absurd is.
Ik bedenk veel liever een backchain die uiteindelijk leidt naar iets leuks, dus een uiteindelijke r+ jackpot. Via deze weg wordt proefdieren de meest ingewikkelde dingen geleerd. O.a hindernisbanen met ratten en noem maar op.
We staan hierin al jaren tegenover elkaar en ik snap niet dat je mij niet snapt