Hans van Keeken schreef op zaterdag, 16 juli 2005, 17:37:
>
> Egon, maak mij eens duidelijk wat ik onder
> replicatie-efficientie kan verstaan. Misschien kan ik je
> denkbeelden dan volgen, of niet.
Replicatie-efficientie is, bondig en in Jip en Janneke taal, de mate waarin een "individu" (replicatie-eenheid) aan het voortbestaan van de "soort" (maar eigenlijk zichzelf!!!!!) bijdraagt.
Zoals de Beatles al zongen: "Me, My, Mine" - ikke hou 't meest van mezelf.
Dit lijkt veel simpeler dan het is, en eigenlijk moet je je hier een beetje over inlezen. Zo is er tussen Gould en Dawkins een jaren durend openbaar megadispuut geweest wat eigenlijk op de vraag neer kwam of je de eenheid van replicatie nou bij het gen of bij de gen-verzameling (het individu als levende robot) moet leggen.
Bij de "soort" is ook allang de revue gepasseerd uiteraard maar te licht bevonden aangezien "soort" (species) niet objectief te definiëren valt. De soortenklassificatie naar Linnaeus is in deze kontekst nog slechts een model waarvan iedereen weet dat het niets beter is dan "het is wel handig als 't beessie een verzamelnaam heeft die iedereen kan begrijpen of opzoeken".
Persoonlijk, indachtig de logica van Korzybski, denk ik dat we bij de mogelijke
verbintenissen van A, G, C en T uit gaan komen als zijnde de grootste constante eenheden in dit proces. Maar nog een stapje dieper dus dan het "gen". De wetenschap wil dit ook weer liever niet omdat je dan met 2 eenheden op eenzelfde level zit opgescheept (lijkt me met de huidige computercapaciteit niet zo een probleem meer; misschien gaat dat binair juist wel werkzaam blijken).
Groeten, Egon