ElkeW schreef op dinsdag, 26 april 2005, 10:57:
>> Sorry, maar dit is een misvatting. Uit allerlei experimenten
>> (die we zelf hebben herhaald) blijkt dat de voetas niet
>> verandert als je de hiellengte verandert. De relatie
>> "hoef-kootbeen" is niet afhankelijk van de stand van de hoef.
>>
> Dag Frans,
> Interessant, kan ik dat ergens nalezen?
Er zijn meerdere bronnen; eigenlijk schrijven alle natuurlijke bekappers hetzelfde. Op de boekenlijst staan een aantal boeken van natuurlijk bekappers; een aanrader is het boek van Pete Ramey, ooit opgeleid als traditioneel hoefsmid maar nu natuurlijk bekapper, met enkele honderden paarden per maand als voorbeeld.
> Wat hebben jullie juist gedaan om dit te onderzoeken?
Bij paarden, waarbij we de hiel of juist de toon moesten inkorten geobserveerd of de voet-as zou veranderen. En die veranderde nooit (of werd beter, als het een paard betrof dat ergens pijn aan de hoef had).
>> En last-but-not-least: "voet-as" is een begrip dat zich focust
>> op de "stand" van het paard, dus hoe het paard "stilstaat". Nou
>> mag ik aannemen dat er weinig mensen zijn die een paard hebben

>> daaraan verreweg ondergeschikt.
>
> Ik dus niet. Ik vind alles wat je hierboven opsomt even
> belangrijk als een juiste voetas.
Probleem is dat als je gaat bekappen met een bepaalde voet-as in gedachten dat de andere punten daarvan het slachtoffer worden. Als de voet-as volgens het boekje is is dat fijn, maar als hij dat niet is gaan we bijvoorbeeld niet een stuk van de zool afhalen om de voet-as "goed" te krijgen. We laten de voet-as dus zijn eigen beloop, en merken dus (net als Pete Ramey en anderen) dat die voet-as vanzelf verbetert als hij in eerste instantie niet goed is.
> Maar als je een
> paard met een scheve stand laat lopen zonder correctie wordt het
> probleem toch steeds erger? (omdat delen van een hoef die minder
> onder druk staan verkeerd groeien)
Delen van de hoef die minder onder druk staan zullen minder hard slijten; dat is onontkoombare logica. Er ontstaat vanzelf een evenwichtssituatie waarbij de hoef de stand aanneemt die hoort bij zijn bouw. Voorwaarde is dus dat het paard de gelegenheid krijgt om de hoeven te kunnen afslijten, dus géén hoefijzers heeft en veel beweging krijgt.
Dat dit geweldig goed werkt blijkt uit het feit dat we nu nog steeds, in álle gevallen, van mensen horen dat hun paard, dat altijd de hoefijzers scheef afsleet, na een natuurlijke bekapping "vanzelf" rechte hoeven heeft gekregen en er niets meer scheef afslijt!
Het kan ook heel nuttig zijn om eens op de mentale reset-knop te drukken, even vergeten wat je eerder over hoeven hebt geleerd, en er met een logische blik naar kijken. Alles in het lichaam wordt door automatische terugkoppelmechanismen gereguleerd, en de hoeven zijn hierbij absoluut niet overgeslagen. Delen die te snel slijten zullen harder gaan groeien (net als eelt op je eigen handen en voeten) , dingen die "te ver uitsteken" zullen daarentegen als eerste afslijten.
"Corrigerend gepruts" werkt doorgaans averechts. Pogingen om de voet-as te veranderen werken niet of nauwelijks (omgekeerde conclusie van het feit dat de voet-as niet verandert als je de hoefstand verandert), in de zool snijden of raspen om "het daar lager te krijgen" hebben juist tot gevolg dat het betrokken gedeelte "buitensporige slijtage" registreert en daardoor steeds harder gaat groeien (eelt) en je uiteindelijk het tegengestelde bereikt, ergens de hoefwand laten uitsteken "om het daar langer te krijgen" is een hopeloze strijd omdat de hoef er alles aan doet om iets dat te lang is kwijt te raken (langzamere groei, productie van sneller slijtend weefsel, brokkelen, scheuren), etc.
Groeten,
Frans