Karen Koomans schreef op zaterdag 23 januari 2010, 22:30:
> Mijn eerste paardrij-instructeur zei altijd: je leert het paard
> "aan de teugel te lopen" door met de teugel te vragen,
> beurtelings links/rechts (meer zagen dan vragen dus, maar dat
> zei hij er niet bij), en zodra het paard dan nageeft ontspan je
> je handen en de teugels. Ik dacht toen dat "ontspanning" de
> beloning was waar het paard dan zijn best voor wilde doen.
Inderdaad - je paard gaat naar een oplossing zoeken om van dat vervelende gevoel in z'n mond vanaf te raken; het is het feit dat het vervelend is dat hem doet op zoek gaan. De oplossing kan hij maar vinden omdat van alle mogelijkheden er maar één is waarbij hij van dat gevoel vanaf raakt, namelijk als jij op het moment dat hij het juiste gedrag vertoont, loslaat.
Het is het loslaten dat hem zegt wat het juiste antwoord is (en het werkt belonend, want hij is van dat gezeur vanaf), maar het is het gezeur dat hem ertoe aanzet om een antwoord te gaan zoeken.
Dat "gezeur", die druk dus, moet dus wel belangrijk genoeg voor hem zijn om ervan af te willen - als het iets is waar hij bij in slaap kan gaan staan vallen omdat het maar een beetje lastig is maar verder makkelijk te negeren, dan gebeurt er niks.
Er gebeurt ook niks als je je paard niet duidelijk zegt "ja, dàt is het!" - als hij probeert (naar voor, naar onder, naar links, naar rechts, naar boven, naar achter) maar je laat nooit los, dan geeft hij het op de duur op om nog iets te proberen.
Kortom: aan de ene kant moet de druk groot genoeg zijn, aan de andere kant de beloning - als daar geen duidelijk verschil tussen is, gebeurt er niks. Je kan binnen die twee gegevens gaan schuiven: als je druk héél groot is, kan je beloning wat kleins zijn. Als je beloning heel groot is, hoeft je druk maar minimaal te zijn om al een reactie te krijgen - en alle gradaties daartussen.
mvg,
Inge